|
In 1994 krijgt Rogier Goessens
uitbater van herberg Moeder de Gans een tweeduizend jaar oude
brug- paalschoen. Destijds werd er al bij verteld dat
het ging om een oude Romeinse brug- paalschoen. Toen nog niet
wetende hoe oud deze paalschoen werkelijk was, belandde
het oud ijzeren exemplaar op de bar van de herberg.
Hier stond het historische stuk vele jaren zonder enige aandacht
te krijgen van de vele gasten die Moeder de Gans bezochten.
Gasten vroegen wel eens wat dat wel niet voor oud stuk ijzer
was dat daar zo midden op de bar stond. Totdat in 1999 Wolgang
Trees herberg Moeder de Gans
bezocht en meteen de oude Romeinse brugschoen herkende en
Rogier hierop aansprak. Wolfgang kwam al snel met informatie over
de paalschoen die ons toen nog niet bekend was,
maar inderdaad bevestigde wat we al vermoedden.
Hij heeft vervolgens samen met een
collega professor
uit Aken onderzoek verricht
en kwam tot de conclusie dat het hier ging
om een originele brugschoen van de oude Romeinse
brug in Maastricht. Omdat wij destijds vreesden voor inbraak of
diefstal hebben wij de brugschoen al die tijd veilig uit het
zicht van de gasten opgeborgen. Totdat we afgelopen jaar
in 2009 de oude put van de herberg gingen voorzien van
een nieuwe gepantserde 200 kg wegende glasplaat. Voordat de
glasplaat geplaatst werd hebben we de brugschoen op 1 meter
onder de glasplaat een vaste plek gegeven. Nu het historische
object veilig kan worden tentoongesteld, hebben
wij besloten de informatie rond deze paalschoen met iedereen te
delen via onze website!
De meer dan 2000 jaar oude brugschoen of ook wel paalschoen genoemd
kan tijdens de
openingsuren van herberg
Moeder de Gans, van dinsdag t/m zondag, van 11:00 uur tot
22:00 uur in de Put van het Serregedeelte,
worden bewonderd.
Het volledige rapport van Wolfgang
Trees volgt hieronder:
Fundamentum trans
Mosam fluvium pontis
De Romeinse "brugpijler schoen", 2060 jaar oud.
Door Wolfgang
Trees 1942 Aken † 30
januari 2009.
1. De verovering van germania inferior en Gallie door de Romeinen
2. Grote Romeinse wegen en de enige maasbrug tussen Luik en
Nijmegen
3. De "schoen van een brugpijler" in Maastricht
4. De ontwikkeling van het gebied daarna tot anno 814
Dit is de
„schoen
van een brugpijler“ van de oude Romeinse brug in Maastricht.
Het stuk ijzer is een klein, maar niet onbelangrijk deel van het
Romeinse wereldrijk.
Voor Maastricht is dit stuk ijzer een groot en belangrijk deel van
zijn geschiedenis: Het staat aan het begin
van zijn geboorte en zijn welvaart!1. De Verovering van
Germania inferior en Gallie door de Romeinen
Gaius Julius Caesar, Romeinse consul en veldheer, wordt op 13 juli
100 voor Christus in Rome geboren en op 15 maart 44 voor Christus
daar in de senaat op de leeftijd van 56 jaar doodgestoken. In de
jaren 57 tot 51 voor Christus, dus op de
leeftijd van 43 tot 49 jaar, voert hij een zevenjarige veldtocht
in de hedendaagse Euregio Maas-Rhijn en omgeving
aan: Hij verovert de gebieden ten westen van de
Rijn tot aan de Maas en westelijk van de Maas tot in het huidige
Oost-Frankrijk.
De Romeinse veldheer brengt tien jaar van zijn leven in dit
gebied door, tot 49 voor Christus. In deze
tijd laat hij de brug over de Maas bouwen. Wij nemen aan, dat deze
in het jaar 50 voor Christus klaar was. De Romeinen noemen de in
het begin voor hen onbekende gebieden rechts van de Rijn
„Germania“,
links van de Rijn „Gallia“.
Caesar is de eerste Romeinse veldheer, die twee keer de Rijn in
oostelijke richting over gaat, om Germanie te verkennen en twee
keer om dezelfde redenen naar Britannie oversteekt. Rome wil
eigenlijk ook deze gebieden
„als
voorterrein van het rijk“ veroveren, als beveiliging.
Over de veldtocht dikteert hij tijdens de gevechten zijn
„Comentarii
de bello Gallico“ (opmerkingen over de oorlog in Gallie). Zij
dienen als rechtvaardiging voor de wrede oorlog, waarbij toch een
miljoen mensen gedood en nog eens een miljoen als slaven afgevoerd
worden. Voor de eerste keer spreekt hij in dit werk over de
stammen van de Helvetiers
(Zwitserland) en de Batavieren (Holland), die in de Romeinse
wereld nog onbekend waren.
De veldtocht heeft twee hoogtepunten: De strijd tegen Ambiorix
en die tegen Vercingetorix. Tot de
„Germani
cisrhenani“, de Germaanse volksstammen, die aan
„deze“
(Romeinse) kant links van de Rijn wonen, behoren de Eburonen en de
Tungerer. Zij wonen aan de Maas, in de Eifel, in het gebied rondom
Aken en de Keulse bocht tot aan de Rijn. Hun aanvoerder is
Ambiorix.
In de winter van 55 op 54 voor Christus heeft Caesar bij de
hoofdstad van Ambiorix, Aduatuca, een vaste legenplaats ter
overwintering voor anderhalf legioenen ingericht. Dat zijn 8000
van zijn in het totaal 40 000 soldaten.Ambiorix valt deze aan en
lokt ze in een hinderlaag, waarschijnlijk in het dal van de
huidige Voerstreek. Daar wordt de twaalf kilometer lange Romeinse
marszuil van beide hellingen uit aangevallen en gedood. Als
vergelding laat Caesar Aduatuca en de omgeving vernietigen. De
bevolking wordt als slaven afgevoerd. Maar Ambiorix ontkomt. Zijn
monument staat in Tongeren op het marktplein.
Na deze catastrofe voor beide kanten waagt een jaar later, in
53 Vercingetorix midden in Gallie een tweede, laatste opstand. Met
het uithongeren van de gallische vesting en de zege bij Alesia
(ten noodwesten van Dijon) door Caesar en de laatste gevechten
tegen de Belgen en de Treverer (Trier) is 51 voor Christus de
verovering van Gallie afgesloten.
Caesar blijft nog twee jaar. Vercingetorix neemt
hij mee in zijn triomftocht in Rome. Daarna wordt de Gallische
vorst vermoord.
2. Grote Romeinse wegen en de enige Maasbrug tussen Luik en
Nijmegen
Het Romeinse leger bouwt tijdens de verovering in het Rijn- en
Maasland een uitstekend netwerk van wegen, dat vooral voor snelle
troepenbewegingen moet dienen. De grens naar Germanie ten oosten
van de Rijn wordt van de Noordzeekust tot naar Bazel door een wal
(limes) beschermd. Een van de wegen ligt precies voor deze limes.
Hij loopt van Nijmegen (Novomagus) in het noorden naar het zuiden
via Xanten, Rheinberg, Neuss en Keulen verder tot Bonn. Maar ook
Melick, Tüddern. Marmagen en andere plaatsen liggen aan deze weg.
De belangrijke weg is echter de
„via
Belgica“. Ze loopt van Keulen uit tot aan de Atlantische kust, dus
midden door het veroverde Gallie. Keulen is de hoofdstad van het
veroverde gebied „Germania
inferior“. De stad wordt door de Romeinen CCAA genoemd (Colonia
Claudia Ara Agrippinensium), naar een edel Romeins geslacht de
„Claudische
kolonie met het altaar der Agrippina-vereerders“. Ze loopt van
Keulen uit in westelijke richting via Thorr (Tiberiacum), Jülich
(Iuliacum), Rimburg, Heerlen (Coriovallum), Maastricht (Traiectum,
ook Traiectum ad Mosam, overgang over de Maas) naar Tongeren
(Aduatuca, ook Aduatuca Tungrorum) en tenslotte tot de atlantische
kust in Bavai (Bagacum). Een zijweg van deze straat loopt van
Heerlen uit via Richterich (Recteriacum, omdat de straat herlemaal
recht is en dat tot op heden) naar Aken en van daaruit naar Luik.
Traiectum ad Mosam betekent bruggeslag over de Maas. Hier
bouwen de Romeinen tegen het einde van de oorlog in Gallie de
enige brug over de Maas tussen Luik in het zuiden en Nijmegen in
het noorden. Het bruggen bouwen is voor de Romeinen nog relatief
nieuw. Pas 194 jaar eerder hebben zij hun eerste echte stenen
bogenbrug gebouwd, de pons Aemilius in Rome. Om de strategisch zo
belangrijke Maas-overgang te beschermen, bouwen de Romeinen aan
het westelijke begin van de brug een bevestigd militair kamp. Het
strekt zich uit op de plaats van het huidige Onze lieve
Vrouweplein tot aan het noordelijke einde van het huidige
Stokstraatkwartier. De oude Romeinse brug van Maastricht ligt iets
verder zuidelijk als de huidige Servatiusbrug. De plaats wordt
aangegeven door een scheepsboeg op het oever. Midden in de
legerplaats staat een hoge Jupiterzuil (standplaats nu: De kelder
van Hotel Derlon). Aan de andere, de oostelijke zijde van de Maas,
ligt rondom het begin van de brug een kleine nederzetting van
handelaren, in het latijns vicus, het huidige Wijck. Het is
interessant, dat dit stadsdeel in het Maastrichts dialekt nog
steeds Wieck heet en daarmee aan vicus herinnert.
3. De „schoen
van een brugpijler“ in Maastricht De Etrusken en de Romeinen zijn
de eersten in Europa, die bruggen bouwen. Voor het verbinden van
uit de bergen gekapte natuurstenen vinden de Romeinen de
metselkalk uit, opus caementitium (cement) genoemd. Opus is het
werkstuk uit steen, waar het caementitium van gemalen stenen aan
toegevoegd wordt. Dit wordt hard en verbindt de stenen duurzaam
met elkaar.
Voor de bouw van de brug in Maastricht worden stenen pijlers in
het water geplaatst. Op deze pijlers komt een houten constructie
van bogen, die de pijlers met elkaar verbinden. Over de bovenkant
van de bogen legt men een houten rechte bruggeweg.
Om de stenen pijler vast en recht op de bodem van de Maas te
verankeren, ramt men eerst een dicht fundament van dikke eiken
balken in de Maasbodem.De balken lopen onder spits toe om ze goed
in de grond te kunnen slaan. Er moeten zoveel eiken balken
aangebracht worden, als de omtrek van de latere stenen pijler
bedraagt. De eiken balken liggen alle op dezelfde hoogte en vormen
zo een glad fundament. Een extra laag van eiken balken ter
ondersteuning van de pijler ligt dan buiten rondom de bodem. Deze
buitenste ring ligt iets hoger, dus niet onder de pijler, maar
daarnaast. Dit zorgt voor extra stabiliteit. Ook bij eventuele
verzakkingen van de pijler blijft deze toch recht staan.
Om de eiken balken tegen vroegtijdig verrotten in de Maasbodem
te beschermen, worden ze onderaan versterkt: Ze krijgen een
korset, een „schoen“
van ijzer. En DAT is het geheim van deze mooie vondst uit de Maas
in Maastricht…
4. De ontwikkeling van het gebied daarna tot anno 814
Zijn oorlogsverslag ter rechtvaardiging van de vele door de
Romeinen begane wreedheden begint Caesar met de woorden
„Gallia
est omnis divisa in partes tres…“ (Geheel Gallie deelt men in drie
delen). Want hij noemt het gebied tussen Rijn en Maas
„Germania
inferior“ (binnen Germanie, binnen het Romeinse rijk, ook
„Neder-Germanie“)
in tegenstelling tot „Germania
Exterior“ (buiten Germanie, ten oosten van de Rijn).
Dit is van groot europees belang.Want de gebieden van de Franse
kust tot aan de Rijn krijgen door de verovering en latere
versmelting met de Romeinse cultuur een bijna 500-jarige culturele
voorsprong op de gebieden van de Rijn tot aan de Oostzee.
Bovendien werd toen al de indeling in West- en Oost-Franken als
westelijk en oostelijk van de Rijn geprogrammeerd, dus het
ontstaan van Frankrijk (Westfranken) en Duitsland (Oostfranken).
In de veroverde gebieden van Gallie wordt de inheemse bevolking
langzaam bondgenoot van de Romeinen. Zij vermengen zich met de
vroegere bezetters, nemen hun cultuur over en profiteren daarvan.
De uitmuntende ruiters en soldaten dienen zelfs in Rome bij de
paleiswacht van de keizer (Pretorianer-Garde), aangezien ze geen
familiaire banden met de Romeinse adel hebben en daardoor neutraal
kunnen dienen.
Op het vandaag nog bestaande Romeinse kerkhof van de
Pretorianer-Garde bevindt zich nu nog de grafsteen van een soldaat
uit Tongeren, die eerst als slaaf naar Rome gebracht werd, dan als
gladiator beroemd en vrijgelaten werd, daarna in de
Pretorianer-Garde diende en vervolgens met een welgestelde
exil-Egyptische vrouw trouwde.
In Maastricht zelf komt in 380 na Christus bisschop Servatius
uit Tongeren aan. Hij verlegt zijn bisdom naar de Maas-stad. Reeds
vier jaar later sterft hij hier en in het
„Mestreechs
Volkslied“ staat tot op heden:
„Doe, blom
van Nederlands landouwe gegroeid op ‚t graf van Sintervoas“…
Honderd jaar later, precies 480 na Christus wordt Syagrius, de
laatste Romeinse veldheer in Gallie, door de Franken verslagen. De
Franken zijn een Germaanse volksstam, die de Merowingers in het
huidige Frankrijk opvolgden.
In het kader der christianisering onderneemt een van de
Maastrichtse bisschoppen, Hubertus, een missiereis naar Luik. Daar
wordt hij doodgestoken en zoals in die tijd gebruikelijk ook daar
begraven. Zo komt het bisdom van Maastricht naar Luik. De
vorstbisschoppen van Luik, wereldse en geestelijke heersers
tegelijk, zullen duizend jaar lang tot de Franse Revolutie anno
1794 praktisch de gehele huidige Euregio Maas-Rijn
beheersen.
De grootste nazaat van de Franken is keizer Karel de Grote
(742-814). Hij ligt in de keizerpalts in Aken begraven. Aken als
de hoofdstad van het reusachtige rijk der Karolingers is
programmatisch als
„nieuw
Rome“ gebouwd. De kroniekschrijver
van Karel de Grote, Einhard, krijgt van de keizer als wereldlijke
abt het St. Servatiusklooster in Maastricht. Op de absis van de
Servatiuskerk is –
evenals in een raam van de burgemeesterkamer in het Maastrichtse
stadhuis –
tot op heden de keizerlijke adelaar te zien.
het rapport van Wolfgang Trees in het Duits het
origineel
vb Onderzoeksrapport metaal
bestanddelen van een Romeinse paalschoen:
http://cat.inist.fr/?aModele=afficheN&cpsidt=19926760
A Roman pile-shoe. investigated fractographically,
metallo graphically, and by surface and bulk chemical analyses.
The fractures were brittle and primarily intergranular. The metal
was a coarse-grained phosphoric wrought iron (0.52wt% P) with very
low silicon, manganese and sulphur contents, and extremely low
carbon content (0.0033wt% C). This extremely low carbon content
and coarse grain size indicate decarburisation during smithing.
Furthermore, the combination of extremely low carbon and high
phosphorus contents is concluded to be the most probable reason
for the impact brittleness. This could have been facilitated by a
notch effect due to surface corrosion. The significance of the
embrittlement and surface corrosion is considered with respect to
conservation of archaeological iron objects, including similar
pile-shoes.
Zie voor Engelse zoekresultaten onder "pile shoe"
of "bridge shoe pile"
Voor meer info over Drs. Wolfgang Trees zie zijn wikipedia
http://de.wikipedia.org/wiki/Wolfgang_Trees
Nog een extra informatieve
toevoeging/wetenswaardigheid van Wim Deliën:
Maastricht was niet de enige
Maasoversteek. Bij Visé of Wezet had de Maas een breed
stroomgebied met daarin veel eilanden. Omdat het Maasdal daar zeer
breed was en de rivier daar een soort van delta kon vormen kon je
daar de Maasarmen gemakkelijk oversteken zonder brug. Daar heeft
Visé tot ver in de middeleeuwen haar belangrijkste handelsfunctie
aan te danken. In Maastricht had de Maas aan
de oost oever ook alle ruimte ook hier waren er verschillende
Maaseilanden en Maasarmen. Waar nu de A2 door Maastricht loopt was
zo'n oude Maasarm. Ook in Maastricht kon je 8 tot 10 maanden van
het jaar de rivier kruisen. Alleen lag hier de belangrijke
handelsroute Bologne sur mèr via Bavais naar Keulen. De Romeinen
wilden hier een oeververbinding die ze het gehele jaar konden
gebruiken. Een opstand of een inval van Keltische en of Germaanse
volken zou tactisch gezien in het voorjaar als de rivier weken
lang niet doorwaad kon worden een ramp betekenen. Daarom bouwden
ze die vaste oeververbinding. Overigens in Ceuclum, Cuyck lag ook
een Romeinse brug over de Maas richting Nijmegen.
De
Romeinse brug in Maasticht lag niet recht maar diagonaal op de
Maas. De aanlanding in Wijck lag dus een stuk zuidelijker dan het
bastion met de gedenkzuil waar de brug aan Maastrichtse zijde
begon. Het diagonaal bouwen van de brug op de Maas diende om de
stroming geleidelijk te breken om zo te voorkomen dat de pijlers
van de brug werden weggespoeld bij een hoge waterstand van de
rivier. Verder is het zo, dat niet Bisschop Hubertus maar diens
voorganger Lambertus werd vermoord in Luik. Het was een vorm van
bloedwraak die plaatsvond in zijn buitenverblijf in Luik. Het hele
Maasdal van Maastricht tot Givet in noord Frankrijk was toen al
gekerstend.
Zie hier een vb van een paalschoen gevonden in
nijmegen
http://www.livius.org/a/holland/nijmegen/nijmegen_bridge_waal_valkhof.JPG
Let op de langere armen.
|